Wi gaat er mee op reis?

Citaat uit het boek: Op zoek naar de hemel van Hans Peter Roel

“Het is zeker een cliché en daarom niet minder waar. Als ik na een lange reis uit het vliegtuig stap op de internationale luchthaven van New Delhi, is het alsof ik in een hete oven terechtkom. Het is een hitte, die ik nog nooit zo heftig heb ervaren en het betonnen platform van het vliegveld maakt de hitte nog intenser. Het zweet loopt binnen een minuut over mijn rug en ik zet mijn zonnebril op tegen de ongekend felle zon, die hoog aan de hemel staat. Als ik door mijn neus ademhaal, is het net of er iemand een miniföhn op mijn bovenlip zet. Iets verder op het platform staat een roestende, oude bus ronkend te wachten om ons naar de aankomsthal van de luchthaven te brengen. Ik stap in de snikhete bus zonder ramen, die mij met zo’n zeventig andere passagiers naar de aankomsthal brengt en kijk om me heen. Na de lange vlucht uit Amsterdam zien de mensen er verfomfaaid en moe uit, net als ik. Een kleine irritatie is al voldoende voor een woede-uitbarsting, zo lijkt het. Dus wordt er weinig gezegd en kijken de meesten gelaten voor zich uit en proberen zich aan te passen aan de hitte. De bus komt ronkend op gang met achterlating van een dikke, roetige, zwarte wolk. Eva, welkom in India! De aanblik van de terminal waar de bus ons naartoe brengt, is te krankzinnig voor woorden. Het is hier zo druk dat er geen stukje vrije vloer meer is te zien. Het is alsof ik in een overvolle en verhitte bijenkorf ben beland. Iedereen krioelt door elkaar en een kakofonie aan geluid gonst boven de massa uit. Maar als ik om me heen naar de mensen kijk, lijk ik de enige te zijn die het hier druk vindt.”

Bericht delen?
Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel op Linkdin
Deel op Pinterest
0